Exodus 26: 1-14dekkleden

Inleiding:
Er zijn 4 kleden, en zij bedekken de Tabernakel
Ze zijn als het ware als een tent over de Tabernakel gelegd. 

Deze 4 dekkleden zijn:
1. Het Tabernakelkleed Exodus 26:1-6
2. Het Geitenharenkleed Exodus 26: 7-13
3. het kleed van rode Ramsvellen Exodus 26: 14a
4. het kleed van Dassenvellen Exodus 26: 14b


We zullen de betekenis van deze kleden behandelen en nagaan, welke geestelijke waarden zijn vertolken,
opdat ook onze tabernakel met deze sierlijke kledij bedekt mag worden.
HET TABERNAKELKLEED, of kortweg "de Tabernakel' Exodus 26: 1-6

Beschrijving:
Dit eerstabernakel-eerste dekkleedte kleed wordt  de 'tabernakel ' genaamd, omdat het de grondkleding is ( = de 1e bedekking).
Het bedekt de tabernakel aan de bovenzijde en de berderen aan de noord, zuid en westzijde.

Het bestaat uit: 10 gordijnen van fijngetweernd linnen, hemelsblauw, purper en scharlaken, met cherubim van het allerkunstelijke werk.
Afmeting van één gordijn: lengte 28 el, breedte 4 el.
Van deze 10 gordijnen zijn telkens 5 gordijnen aan elkaar gevoegd, d.w.z.

dat deze 10 gordijnen bestaan uit 2 kleden, elk van 5 gordijnen.

Aan elk kleed zijn er bij de samenvoeging 50 striklisjes (Exodus 26:5)
Dus aan beide kleden 2x 50 = 100 striklisjes; deze striklisjes zijn aan elkaar samengevat. Dan zijn er nog 50 gouden haakjes, waarmee de 2 kleden samengevoegd zijn, de één aan de andere, opdat het één tabernakelkleed zou zijn.

GEESTELIJKE BETEKENIS.
Laat ons aannemen, dat deze kleden in hun algemene betekenis als dekkleed en sieraad gebruikt worden. De tabernakel is een verwijzing naar de Gemeente des Heren, d.w.z. dat de gemeente dus bekleed moet worden
met de geestelijke dekkleden.

Welke zijn deze geestelijke dekkleden?
Alvorens hierop antwoord te geven merken we eerst op, dat de Poort van de voorhof, de Deur van het heiligdom, de Voorhang van het allerheiligdom dezelfde kleuren hebben als het tabernakelkleed, en dit een heenwijzing is naar de geloofsweg – of wandel van onze Here Jezus Christus, of kortheidshalve: HET GELOOF IN JEZUS CHRISTUS.

Bij de Poort, Deur en Voorhang vormt het geloof telkens een ingang in één of andere fase van het geloofsleven.
Bij het Tabernakelkleed echter zien wij dit geloof als een kleed over de Tabernakel;alzo heeft de Gemeente Gods in dit geloofskleed te wandelen. Geloof moet als een kleed de Gemeente Gods overdekken, want alles wat niet uit het geloof is , is zonde - Romeinen 14: 23

Dit geloofskleed heeft als eigenschappen:
1.De Gerechtigheid van God - het fijn getweernd linnen.
2.De opstandingskracht - het hemelsblauw
3.De Koningsmajesteit of Koninklijke waardigheid van Christus - het purper.
4.Het menselijk lijden - het scharlaken


De cherubim is in het tabernakelkleed doorweven: dit wijst ons op de Godheid. Bij het tabernakelkleed in het bijzonder op de manifestatie van de Godheid in de geloofswandel.

Als wij ons in het heiligdom van de tabernakel bevinden, dan zien we:
achter ons - de deur;
vóór ons - de voorhang;
boven ons - het tabernakelkleed.

Verblijven wij nu in het heiligdom van het christelijk tijdperk, zo zien we:
achterwaarts - op het geloof in Christus, Die ons rechtvaardigde;
vóór ons - op het geloof, dat ons voorwaarts brengt tot het volle kruisproces van ons vlees;
boven ons - op het geloof in Christus, Die ten hemel is gevaren en ons de heerlijkheid Gods geeft in de doop met de Heilige Geest en de gaven van de Heilige Geest.

Altijd en altijd is het de geloofswandel in Christus Jezus, onze Heiland.

10 GORDIJNEN
Deze bestaan uit 2 gedeelten elk van 5 gordijnen.
De geestelijke betekenis.Het getal 5 = het getal van het geloof in het kruis:
-de 5 wonden van Christus;
-de 5 stenen van David (tegen Goliath);
-de 5 offeranden van Leviticus 1 t/m 5

De 2 groepen van 5 gordijnen hebben als geestelijke betekenis:
HET GELOOF EN DE GELOOFSWERKEN

In Romeinen 3:20, 28 lezen we, dat de mens gerechtvaardigd wordt enkel door het geloof, en niet uit de werken van de wet.
De zondaar, verdoemelijk voor God naar lichaam, ziel en geest,
zal niet zalig kunnen worden door eigen verdiensten of door werken te doen van de wet.

Voorbeeld: 1. de rijke jongeling - Matthéüs 19: 16-24; 2. de farizeeër en de tollenaar - Lukas 18: 9-14
Goede werken en eigen verdiensten brengen geen verandering in de toestand van het hart (de zonde-staat), doch wel, indien men in Jezus Christus gelooft = Hem aannemen (Johannes 1:12) als Heiland, Verlosser en Here.

Hierdoor worden al de zonden gedragen aan het Kruis en men ontvangt vergeving en verlossing.
Hierdoor ontvangt men de gerechtigheid van Christus, en men is gerechtvaardigd voor God.
Romeinen 5:1 - gerechtvaardigd uit 't geloof ….vrede bij God.
In Jacobus 1: 14 - 26 zegt Jacobus echter, dat het geloof zonder de werken een dood geloof is, en dat men tenslotte door de werken des geloofs gerechtvaardigd wordt. - Jacobus 2: 24
d.w.z. dat na het geloof in het volbrachte werk van Jezus Christus tot rechtvaardigmaking (zonder eigen werken of verdiensten) - dit geloof tot ACTIEF GELOOF moet komen, wil er sprake zijn van een levend geloof.
                                                          
Hier hebben we dus de 2 kleden van 5 gordijnen:
1e kleed (5 gordijnen) = geloof in het kruis, zonder de werken van de wet of eigen verdiensten. 
2e kleed (5 gordijnen) = levend geloof en de werken.

De scheiding van deze 2 groepen van gordijnen valt precies daar, waar het voorhangsel hangt.
Het voorhangsel = het symbool van het vlees van Jezus Christus, gekruist op Golgotha, en hierdoor heeft Hij ons ingewijd op een verse en levende weg Hebreeën 10:20.
Alzo valt de scheidingslijn van deze 2 geloofskleden juist bij het kruisproces.
Het geloof en de werken wordt dus gescheiden door het kruis.We zullen nog dieper in deze gedachte gaan, en komen dan op de GEESTELIJKE BETEKENIS van 2x de 50 striklisjes en de 50 haakjes waarmee de 2 groepen gordijnen met elkaar verbonden zijn.

Vijftig = het getal, dat Pinksteren aanduidt.
Pinksteren betekent ook 'vijftigste'.
Striklisjes = dat 2 dingen aan elkaar verbonden moeten zijn.
Haakjes = dat iets moet worden aangehaakt.
Goud = de Heilige Geest.

Hieruit valt dan gemakkelijk af te leiden, dat geloof en werken hecht met elkaar verbonden moeten zijn, en dat de werken moeten volgen (aangehaakt) op het geloof - en dat deze werken moeten geschieden door PINKSTERKRACHT, d.w.z. dat de Heilige Geest de kracht moet zijn, waardoor de werken tot stand komen, dus niet door eigen kracht. Zo even zagen wij, dat de 2 groepen gordijnen gescheiden waren door het kruis, verder dat deze 2 groepen aan elkaar verbonden zijn door de Heilige Geest in Pinksterkracht.
We leiden dus hieruit af, dat het Kruis en Pinksterkracht één geheel vormen, waardoor geloof en werken ten nauwste aan elkaar verbonden zijn.

Een waarschuwing: hoeveel kinderen Gods hebben slechts het 1e kleed van geloof aan en missen het 2e geloofskleed van de werken.
Dit is een halfnaakte wandel op de christelijke geloofsweg, en het onbedekte gedeelte van hun geloofsleven is zeer kwetsbaar voor de vurige pijlen van de boze.

O, kind van God, doe wat voor uw Heiland.
Spreuken 6:6 -11 geen luiaards zijn.
Romeinen 6: 22 heiligmaking, eeuwig leven door dienen.
Matthéüs 25:21,23 "…..gij goede en getrouwe dienstknecht".

Let wel! De werken niet doen in eigen kracht, doch in de Naam van Jezus Christus, d.w.z. in en door de Heilige Geest bestuurd.
Niet in eigen kracht, niet in eigen vuur, niet door welbespraaktheid, niet door z.g. lieftalligheid, niet door nabootsing van de zalving van de Heilige Geest.

Vóór u iets doet voor uw Heiland, ga eerst naar uw binnenkamer - ontledig u van het eigen ik, kom tot een failliet = het vacuum dat de Heilige Geest aantrekt. Dit is de weg, om de werken des geloofs middels de Heilige Geest te doen.

Voorbeeld van: Petrus - vóór en ná Pinksteren.