wilde ganzenEr was eens een man die niet geloofde in de menswording en in de geestelijke betekenis van Kerstmis; hij was sceptisch over alles wat met God te maken had. Hij woonde met zijn gezin op het platteland. Zijn vrouw was diepgelovig en voedde ook haar kinderen trouw op in het geloof. Soms maakte hij het haar wel heel moeilijk omwille van haar geloof en vooral het vieren van het Kerstfeest zat hem dwars.


Op een witte kerstdag maakte zij de kinderen klaar om samen met haar naar de kerkdienst te gaan. Zij vroeg hem of hij niet mee wilde gaan, maar hij weigerde beslist. Hij vond het idee van de menswording van Christus gewoon belachelijk. "Waarom zou God zichzelf zo vernederen en een mens worden als wij? Het is zo'n idioot verhaal", zei hij. Toen vertrok zijn vrouw met de kinderen naar de kerk en hij bleef thuis.

Nadat ze vertrokken waren, begon het harder en harder te waaien en de sneeuwbui werd een echte sneeuwstorm. Toen hij naar buiten keek, zag hij niets anders meer dan een verblindend sneeuwgordijn. Hij ging ontspannen bij de haard zitten om wat te lezen.

Plotseling  hoorde hij een harde klap; alsof iets tegen het raam aanvloog. Weer een klap. Hij keek naar buiten maar kon niets zien. Daarom trok hij een warme jas aan en ging naar buiten om te kijken wat er aan de hand was.

In het veld naast zijn huis zag hij een troep wilde ganzen. Ze waren duidelijk onderweg naar het zuiden om een warmere verblijfplaats op te zoeken maar ze waren verrast door de sneeuwstorm. De sneeuw was zo hevig en zo verblindend geworden dat de ganzen niet verder meer konden. Ze waren afgedwaald en neergestreken bij de boerderij, zonder voedsel of beschutting. Ze sloegen wanhopig met hun vleugels en draaiden doelloos in cirkels, totaal verblind en hulpeloos.

De man had medelijden met de vogels en wilde ze helpen. Hij dacht bij zichzelf: "De grote schuur zou een goede plaats zijn om ze op te vangen. Het is er warm en veilig; ze zouden er de nacht kunnen doorbrengen en wachten tot de storm voorbij is". Dus liep hij naar de schuur en opende de poort.

Hij bleef daar wachten en keek naar de vogels in de hoop dat ze de open schuur zouden opmerken en daar zouden gaan schuilen. Maar ze bleven maar doelloos rondfladderen. Of ze hadden de schuur niet opgemerkt, of ze begrepen niet wat dit voor hen kon betekenen. Hij liep dan maar naar de ganzen toe om hun aandacht te trekken maar het enige resultaat was dat ze nog verder wegvluchtten omdat ze bang waren voor hem.

Hij liep terug het huis in om wat brood te halen. Hij brak het brood in kleine stukjes om op die manier een spoor in de richting van de schuurpoort te maken in de hoop dat hij de ganzen zo zou kunnen binnenlokken, maar ook dat hielp niet.

De man begon gefrustreerd te raken; hij probeerde opnieuw achter de vogels aan te lopen en ze zo naar binnen te jagen. Ze werden alleen maar banger en vluchtten naar alle kanten weg, behalve in de richting van de schuur. Hij kon blijkbaar niets doen om hen in die schuur te krijgen waar ze toch een warme en veilige beschutting konden vinden.

Totaal ontmoedigd riep hij: "Waarom willen ze me nu niet volgen! Begrijpen ze nu niet dat dit de enige plaats is waar ze de storm kunnen overleven! Hoe krijg ik ze nu in 's hemelsnaam op de enige plaats waar ze kunnen worden gered!"

Hij dacht een ogenblik na en kwam tot de vaststelling dat ze een mens nooit zouden volgen. En hij zei bij zichzelf: "Hoe zou ik ze nu toch kunnen redden? De enige manier lijkt wel te zijn dat ik zelf een gans zou worden. Als ik een van hen zou zijn, dan zou ik ze kunnen redden. Dan zouden ze me wel willen volgen en zou ik hen op een veilige plaats kunnen brengen".

Hij stond een ogenblik stil en hoorde de woorden die hij zelf gesproken had als een echo door zijn gedachten gaan: "Als ik een van hen zou zijn, dan zou ik ze kunnen redden". Hij dacht na over zijn eigen woorden en herinnerde toen wat hij tegen zijn vrouw had gezegd: "Waarom zou God zichzelf zo vernederen en een mens worden als wij? Het is zo'n idioot verhaal". Het was alsof er in zijn brein een schakelaar werd omgedraaid toen hij die dingen bij zichzelf herhaalde. Het was echt een openbaring; plots begreep hij de zin van de menswording. Wij waren als die ganzen: blind, verdwaald, verward. God werd als een van ons zodat Hij ons de weg kon tonen en ons kon redden. Dat is de echte betekenis van Kerstmis, realiseerde hij zich plots.

Terwijl de wind en de sneeuwstorm nog in kracht toenamen kwam er een diepe rust over hem. Hij begreep nu waar het kerstfeest in feite om draaide. Hij wist waarom Christus in deze wereld was gekomen. Het was alsof de jaren van twijfel en ongeloof van hem afvielen terwijl hij nederig en met betraande ogen neerknielde in de sneeuw en Jezus vroeg om in zijn leven te komen.

Overgenomen van de Evangelische Open Thuis Gemeente!