Gods Zoon kwam op aarde
als een mens tussen mensen.
Hij kwam als de Zoon van 
een mens naar ons toe.


Tussen hemel en aarde verbrak Hij de grenzen,
doorzag van de zondaar 't "waarom?" en het "hoe?"
genas de melaatsen en wekte de doden.

Hij luisterde naar de onmachtige schreeuw van 't arme,
vernederde volk van de Joden en waste zonden wit, 
wit als de sneeuw.

Gods Zoon werd verworpen als 
Mens uit de mensen.
(Herodus, Pilatus, en zelfs 't eigen volk)
omdat Hij niet paste in 't raam van hun wensen; en God nam Hem op
in een lichtende wolk.

Maar elke dag wil Hij 
het feest voor ons maken: 
Gods Zoon werd een mensenkind,
hulpeloos en klein, opdat onze zonden,
zo rood als scharlaken, wit,
smetteloos wit als de sneeuw zouden zijn.