zaad-in-buidel-2Er was eens een arme joodse man, die maar geen werk kon vinden om geld te verdienen voor zijn gezin.

Op een dag loopt hij over de markt en steelt een brood. Hij had nog nooit iets gepikt en door zijn onhandigheid wordt hij betrapt.
In die tijd stond er in dat land de doodstraf op diefstal. 
De arme man werd voorgeleid voor de koning en veroordeeld tot de galg.  
Nu was de man, behalve een dief, ook een verhalenverteller.
Hij vroeg dus het woord en zei: het is rechtvaardig dat ik moet sterven, maar het is jammer, dat mijn geheim dan met mij in het graf zal gaan. 
De koning werd nieuwsgierig en vroeg wat dat geheim dan wel was. 


De man antwoordde: Ik heb een paar heel speciale granaatappelzaadjes, die, als ik ze in de avond plant, de volgende dag al een volgroeide boom met vruchten eraan geven.
Nou, dacht de koning, ik kan hem ook morgen nog ter dood brengen, ik wil wel eens zien wat er van dat verhaal waar is. 
Hij stuurde hem naar huis met een stelletje bewakers om de zaadjes te halen. Toen hij terug kwam haalde de man een paar kleine zaadjes uit een zakje en aarzelde:
Er is wel een probleem, zei hij, dit zaad moet geplant worden door iemand die nog nooit heeft gestolen.  

Ik kan ze dus zelf niet planten, wil één van u dit voor me doen?
Een van de soldaten knikte en begon een gat in de grond te graven. Het zaadje werd keurig in het gat gelegd en bedekt met een laag grond. 
Wat zou er gaan gebeuren? 

De volgende ochtend vroeg waren er al een heleboel mensen verzameld om de plaats waar het zaadje was geplant.
Ze wilden die wonderboom wel eens zien. Helaas, er was geen boom, zelfs geen groen sprietje. 
Ze haalden de veroordeelde naar buiten om hem te confronteren met zijn bedrog. 
De man trok een verbaasd gezicht, wroette wat in de grond en zei tegen de koning: Ik snap er niks van. 
Wat zou er fout gegaan zijn? Zou u eens willen vragen of de soldaat die het zaadje plantte wel echt nooit in zijn leven heeft gestolen? Wat een afgang voor de soldaat.
Hij moest tot zijn schande bekennen, dat hij de week ervoor een paar flessen bier had gestolen uit een café. Dat verklaart alles, riep de veroordeelde man. 
Kan misschien iemand anders het zaadje planten? Dan kunnen we morgen allemaal naar de wonderboom kijken.
De koning wees ongeduldig een andere soldaat aan, maar die verontschuldigde zich met te zeggen dat hij ook wel eens het een en ander had gestolen in zijn leven.

Dan moet jij het maar doen, baste de koning tegen de schatbewaarder, die de sleutel beheerde van al zijn heerlijkheden.
Zijn onderdaan verschoot van kleur en antwoordde: Majesteit, laat me dan eerst even gaan kijken of er per ongeluk geen pareltje uit de Koninklijke schatkist is gevallen. 
U begrijpt, dat een ongelukje in een klein hoekje ligt. Hij schuifelde achteruit om de gouden munten, die hij in zijn zak had gestoken, terug te leggen. Waarom doet u het zelf niet, vroeg de veroordeelde aan de koning. 

De koning begreep wel, dat het lang zou duren, voor er iemand was gevonden die nooit had gestolen. 
Hij ging dus zelf maar aan de slag. Ik weet zeker dat iemand die koning is, zoals u nooit iets heeft hoeven te stelen, lachte de veroordeelde.
Er ging een schok door de koning heen. Ineens herinnerde hij zich, dat hij als kind de glimmende broche van het kamermeisje had gestolen. 
Och, wat vreselijk! riep de veroordeelde, u ook al? Nou, het is toch wel idioot, dat iedereen wel eens iets heeft gestolen en ik word veroordeeld voor het stelen van een brood voor mijn kinderen!!
't Is toch triest, dat niemand nou ooit die wonderboom zal zien groeien. Nou ja, ga uw gang maar en executeer me maar.
De koning begreep waar het om ging en besloot: Je hebt gelijk. 
Ik trek het vonnis in. Ga naar huis, maar steel niet meer.

-auteur onbekend-